Vandaag heet ze Beek

Gepubliceerd op 30 augustus 2026 om 07:57

Dit is een stuk dat ik schreef en heb voorgedragen op het poëziefestival van Het Park Vertelt 2026:

 

Lang voordat jij en ik een naam hadden,

Lang voordat de zon haar eerste stralen liet zien, bestond jij al

als een deel van het water dat vandaag langs onze voeten stroomt.

 

Misschien reisde je ooit als ijs tussen de sterren.

Misschien ligt jouw oorsprong in die sterren.

Jij draagt een nalatenschap, gesmeed in een gestorven ster, miljarden jaren geleden.

Zou het kunnen dat elke druppel van jou nog een herinnering draagt aan die explosie?

Zou het kunnen dat je eenzaam bent om als enige te reizen door de eeuwigheid?

 

Voor ons ben je er van begin tot eind.

Je verandert slechts van naam: damp, regen, sneeuw. Een oceaan, een beek of een cel.

Wie weet draagt mijn bloed dezelfde druppels die ooit in het diepste van de oceaan bestonden.

Hoe zwaar moet het dan wel niet zijn om een gewicht aan herinneringen te dragen die aan anderen verloren zijn gegaan.

 

Wat is het dat wij niet kunnen terughalen? Vertel mij. 

Welke herinneringen heb je aan die tijd die niet meer is?

Ik kan me werkelijk niet voorstellen dat eeuwig bestaan een zegen is.

 

Vandaag weerkaatst jouw oppervlak het zonlicht, alsof er niets aan de hand is.

Men zegt dat water luistert, dat je elk woordje hoort, elke conversatie, over jou en tegen jou.

Je bent getuige van wie we zijn. Maar wij kunnen niet getuigen wie jij bent.

 

In elke siddering van jou zie ik mijzelf terug. Alleen … Spiegels zijn pijnlijk voor wie niet wil zien.

Ik denk daarom, dat ik zo lang niet naar mezelf durfde te kijken. Ik vermeed wie ik zag. Want telkens als ik langs jou liep, keek ik liever in de richting van de stroom dan naar mijn weerspiegeling.

 

Nu kronkel je over het aardoppervlak alsof je je weg nog zoekt. Iets dat jij en ik gemeen hebben. Zingend ga je verder in een taal die ik niet versta, met een toon die een kalmte draagt, zó onbeschrijfelijk. En wanneer een steen jou ontmoet, doet deze jou voor even dwalen.

Je bevecht het niet, je beweegt mee. En toch weet je bergen te verplaatsen en valleien uit te slijten. Want soms ben je rusteloos als een wilde oceaan.

Niet bang om te verwoesten wat in je weg staat. Niet bang om je sporen achter te laten.

 

Vandaag mag je een beek zijn. Een verbinder van oceanen, wolken en bossen.

Morgen? Morgen weet ik niet.

Als je constant een andere naam draagt, een andere identiteit hebt en in een andere wereld belandt … wie ben je dan?

 

Wat als je als oudste wezen op aarde alles hebt gezien, maar niets kan navertellen?

Wat als je als oudste wezen op aarde het meest eenzaam bent?

En wat als je vandaag een beek bent en niet weet welke naam je morgen zal dragen?

 

Mensen reizen om ergens aan te komen.

Jij reist omdat je bestaat.

En straks, lang nadat mijn naam vergeten zal zijn, zal jij verder gaan.

Zwarte roos liggend met een donkere esthethiek

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.